Eind jaren 40 en begin jaren 50 begonnen piloten van allerlei typen vliegtuigen, soms ook de passagiers, te melden dat zij omgekeerde schotelachtige voorwerpen hadden gezien, met koepels en ronde ramen, die naast hun vliegtuig vlogen en dan soms met enorme snelheid wegvlogen. Deze meldingen namen in aantal toe en werden voorpaginanieuws. Hoewel velen aan hun bestaan twijfelen of ontkennen, bestaan ufo’s wel degelijk.
In 1953 schreven de Engelsman Desmond Leslie en de Amerikaan George Adamski samen het boek Flying Saucers Have Landed (De Vliegende Schotels zijn Geland). In dit boek beweerde Leslie dat voertuigen van andere planeten de aarde al duizenden jaren bezoeken, en dat er veel beschrijvingen van deze voertuigen en artefacten op aarde zijn die deze bewering staven. Adamski beschrijft een daadwerkelijke ontmoeting met een man van Venus, die plaatsvond op een vooraf afgesproken moment in november 1952 in de woestijn van Californië en waarvan een groep waarnemers getuige was.
Twee jaar later publiceerde Adamski een ander boek, Inside the Space Ships (In de Ruimtevaartuigen), waarin hij vertelt dat hij in een klein verkenningsvaartuig, als een omgekeerde schotel met een koepel, naar een enorm moederschip was gebracht. Op het moederschip werd hij voorgesteld aan buitengewone mensen en kreeg hij diepgaande lessen van een belangrijke figuur, een leraar van Venus.
Dat onderricht was zo diepgaand dat het het denken veranderde van duizenden mensen die het boek lazen. Het was niet de enige bron van dat onderricht, maar het leek sterk op dat van de grote leraren van deze wereld, zoals Krishna, de Boeddha, de Christus en Mohammed. Alle grote religieuze leringen lijken te worden onderstreept en bekrachtigd door wat de leraar van Venus onderrichtte. Het is diepgaand transformerend en lijkt sterk op de huidige leringen van Maitreya, bijvoorbeeld wanneer hij spreekt over de eenheid van de mensheid, de noodzaak van samendelen, rechtvaardigheid, juiste relaties, en bovenal de absolute noodzaak van vrede. Dit wordt keer op keer benadrukt in de leringen van zowel Maitreya als de Venusiaanse leraar. Adamski, een rechtlijnig, geniaal persoon, kwam terug met deze lering en maakte haar bekend. Het sluit perfect aan bij de kern van de lering van de Nieuwe Tijd, gegeven door onze Geestelijke Hiërarchie via Helena Petrovna Blavatsky, Helena Roerich en Alice A. Bailey.
Deze bezoekers komen van binnen ons zonnestelsel (voornamelijk, maar niet uitsluitend, van Mars en Venus) en staan bekend als de Ruimtebroeders. Zij zijn bezig met een goedaardige, spirituele missie van hulp en redding, en werken nauw samen met Maitreya en de Meesters van Wijsheid op onze planeet. Hun vaartuigen, de zogenaamde ufo’s, variëren in grootte van zeer klein tot zeer groot (soms kilometers lang), en dienen verschillende functies. Ze zijn gemaakt van fijnere materie dan wij kunnen zien. De Leringen van de Oude Wijsheid stellen dat er vier graden van fysieke materie van toenemende fijnheid boven het dichte fysieke zijn (het vaste, vloeibare en gasvormige) – de zogenaamde ‘etherische’ gebieden. De Ruimtebroeders hebben het vermogen om de trilling van zichzelf en hun vaartuigen tijdelijk te verlagen, zodat zij zichtbaar worden op het fysieke gebied, en vervolgens te “verdwijnen” door hun trilling weer te verhogen tot het normale niveau.
Zie voor meer details het boek van Benjamin Creme, De bundeling van de Krachten van Licht: UFOs en hun geestelijke missie.
