De Meesters van Wijsheid zijn die leden van de menselijke familie die de evolutionaire reis vóór ons hebben gemaakt; die, nadat zij Zichzelf vervolmaakt hebben, via dezelfde stappen waarmee wij vooruitgaan, de verantwoordelijkheid op zich genomen hebben om de rest van ons te helpen datzelfde te bereiken. Zij (of Hun voorgangers) staan achter het hele evolutieproces, en begeleiden en helpen de mens om zijn aangeboren Goddelijkheid te openbaren door een geleidelijke uitbreiding van bewustzijn, om, zoals Zij, Goddelijke, vervolmaakte of verlichte Wezens te kunnen worden.
In de moderne tijd werd de eerste informatie over het bestaan van de Meesters gepubliceerd door H.P. Blavatsky, mede-oprichter van de Theosofische Vereniging, in het laatste kwart van de negentiende eeuw. Meer gedetailleerde informatie over de Meesters en hun werk werd tussen 1919 en 1949 door Alice A. Bailey gegeven. In haar boek Het naar buiten treden van de geestelijke Hiërarchie onthulde zij het bestaan van een plan voor de terugkeer van deze groep verlichte mannen naar werk en activiteit op het fysieke gebied, een proces dat al is begonnen.
Inwijding
Het esoterische proces dat bekend staat als Inwijding is de weg naar deze vervolmaking, waarbij de mens verenigd en één wordt met zijn Bron. Dit pad van vervolmaking wordt gemarkeerd door vijf grote stappen of punten van crisis en spanning. Elke inwijding resulteert in een enorme bewustzijnsverruiming die een steeds diepere en meer omvattende visie en kennis van de ware aard van de werkelijkheid met zich meebrengt. Geen enkele Meester van de vijfde inwijding heeft een verdere incarnatie-ervaring op Aarde nodig. Zijn beslissing om op Aarde te blijven wordt bepaald door zijn verlangen om het Plan te dienen en niet door persoonlijk karma.
Er is reden om aan te nemen dat veel van de grote figuren in de menselijke geschiedenis bewuste ingewijden van enige graad waren, bijvoorbeeld: Pythagoras, Socrates en Plato; Shakespeare, Dante en Bacon; Leonardo, Paracelsus en Mozart; Asoka, Benjamin Franklin en Abraham Lincoln. Allen geven in hun leven of geschriften blijk van kennis van andere en hogere niveaus van bewustzijn, gewaar zijn van de wereld van betekenis en gevoel van innerlijke synthese.
De mysterieuze figuur de graaf St. Germain, openlijk erkend als een Meester en Adept door alle hoven van het 18e eeuwse Europa, is een van de weinige Meesters van Wijsheid die uiterlijk in de wereld leefden, maar brieven van enkelen van de Meesters die achter de oprichting van de Theosofische Vereniging stonden, bevinden zich nu in het British Museum in London.
De overgrote meerderheid van deze verlichte mannen leeft in de afgelegen berg- en woestijngebieden van de wereld, en zij nemen zelden contact met de wereld op; zij voeren hun werk uit via hun discipelen door middel van telepathische communicatie.
Opnieuw verschijnen van de Meesters
Op dit moment in de wereldgeschiedenis, aan het begin van het Waterman-tijdperk, zijn de Meesters van Wijsheid gereed om terug te keren, voor het eerst in ontelbare duizenden jaren, naar de moderne wereld, om het Nieuwe Tijdperk van Synthese en Broederschap in te luiden. Met hun leider, de Meester van alle Meesters, de Wereldleraar, degene die in het Westen bekendstaat als de Christus, zullen zij openlijk onder ons rondwandelen en ons de Waterman-ervaring binnenleiden. Zij wachten nu op ons, tot wij uit vrije wil de noodzakelijke eerste stappen in de richting van eenheid en samenwerking zetten. Dan zullen Zij in de openbaarheid treden met Maitreya, de Wereldleraar, aan het hoofd, en hun aanwezigheid in de wereld zal een vaststaand feit zijn.
Het opnieuw verschijnen van de Hiërarchie van Meesters is een proces van vele jaren. Het is geen plotselinge gebeurtenis, en het vindt ook niet zonder de nodige voorbereiding plaats. De voorbereidingen voor deze gebeurtenis zijn in het jaar 1425 begonnen, vanaf dat moment hebben alle andere activiteiten van de Hiërarchie in verband gestaan met deze ongekende en gedenkwaardige gebeurtenis. De Meesters, die duizenden jaren op de hogere mentale niveaus hebben gewerkt, hebben een punt in hun eigen evolutionaire ontwikkeling bereikt waarop het noodzakelijk is dat zij de levenservaring op het fysieke gebied opnieuw beleven, dit keer in groepsverband. Dit is de fundamentele reden achter de voorgenomen en ophanden zijnde herintrede.
