januari/februari 2026
Het thema licht ligt ten grondslag aan het hele bestaan van de mens. Gedurende de vroege stadia van zijn ontwikkeling is de mens zich niet bewust van dit licht, maar met het verstrijken van zijn levens wordt hij zich gaandeweg bewust van de verschillende vormen van licht die zijn wezen beïnvloeden. In de eerste plaats is daar het licht van de Zon dat alle natuurrijken niet alleen van daglicht voorziet, maar ook van warmte. Naarmate de mens zich ontwikkelt, geeft hij blijk van een toenemende behoefte aan meer licht, wat onder meer blijkt uit de voorzieningen die hij treft voor kunstmatige verlichting tijdens de donkere, nachtelijke uren. Daarmee geeft hij tevens blijk van een groeiende behoefte aan de subtielere vormen van licht – aan het licht van kennis. Dit weerspiegelt zich in de vele leerscholen, die steeds bredere interessegebieden bestrijken en een steeds groter deel van het mensenras bereiken. Al deze aspecten dragen bij tot het ontwaken en de uiteindelijke herkenning van het licht in het hoofd en tot het leiden van de mensheid als geheel, richting dit bewustzijn.
Met de ontwikkeling van de mens wordt tenslotte het Ene Licht verkregen, nadat het door vier stadia voort is gegaan:
- Het Licht van het Instinct, wat normaal gesproken geassocieerd wordt met het dierlijk stadium en de leidende kracht is voordat het licht van de rede ervoor in de plaats komt.
- Door middel van het Licht van de Kennis worden de begoochelingen van het astrale gebied verdreven door het licht van het denkvermogen.
- Het Licht van Wijsheid is het licht van de ziel dat vermengd wordt met het licht van kennis teneinde de aspirant een stap verder te voeren op het pad van licht.
- Het Licht van Intuïtie is het instrument van de ingewijde. Dit is een samengaan van alle kleinere lichten en leidt tot verlichting.
Nieuwe geestelijke gebieden
Men dient echter te onthouden dat deze stadia niet strikt afgegrensd zijn. Ze gaan geleidelijk in elkaar over en worden slechts symbolisch gebruikt om de voortgaande geestelijke ontwikkeling van een discipel te illustreren. Met elk van deze stappen worden nieuwe geestelijke gebieden onthuld en komt er een nauwer contact tot stand met de ziel. Elke stap zal leiden tot verdere uitbreidingen, toenemende bekwaamheid en vermogens.
Met het verkrijgen van meer licht nemen automatisch ook de verantwoordelijkheden van een mens toe, want zulk licht vereist van de ontvanger dat het doeltreffend wordt aangewend ten bate en ten dienste van de mensheid.
Wanneer de aspirant eenmaal de eerste glimp van het licht in het hoofd heeft opgevangen, dan wordt de innerlijke duisternis daardoor benadrukt. In het begin kan dit leiden tot wanhoop en de diepte van depressies, maar dit stadium moet men doorstaan totdat de donkere schaduwen tenslotte verdreven worden door het zuivere licht van de ziel. Dan zal het leven verlicht worden door de zon in het hoofd die haar licht in al haar glorie zal uitstralen.
Dit licht in het hoofd voert de aspirant naar ziele-bewustzijn en het Pad van Licht. Door dit pad te betreden wordt hij zelf een licht en kan dan als lamp fungeren, die verlichting brengt aan anderen en zo het pad voor hen verlicht. De straling van dit licht wordt mogelijk nog verder versterkt door geconcentreerde aandacht op het innerlijke leven door middel van bewust gerichte liefde en meditatie. Naarmate de discipel vordert langs het pad kan hij steeds meer licht hanteren en zo wordt hij nieuwe openbaringen gewaar.
Studenten worden zich soms bewust van een diffuus licht of gloed in het hoofd – dit is het licht van de materiële atomen waaruit de hersenen zijn opgebouwd. Als ze later iets als de zon in hun hoofd zien, duidt dit op een herkenning van het samengestelde etherische licht. Wanneer het lijkt op een intens helder elektrisch licht duidt dat waarschijnlijk op een vermenging van de etherische en atomaire lichten met dat van de ziel.
De registratie van deze lichtverschijnselen moet niet worden gezien als noodzakelijk criterium bij de vaststelling van het stadium van spirituele ontwikkeling. Er zijn discipelen die reeds een gevorderd stadium van spirituele ontwikkeling hebben bereikt zonder de zojuist beschreven hersenstralingen waar te nemen. Discipelen hoeven dus niet verontrust te zijn indien ze deze lichten in het hoofd niet waarnemen.
Op wetenschappelijk gebied wordt systematisch het ene punt van licht na het andere ontdekt, wat geleidelijk de relatie zal blootleggen tussen haar talloze takken en de subjectieve wereld van energieën. Nieuwe ontdekkingen die elkaar in snel tempo opvolgen, ondersteunen en verdiepen eerdere ontdekkingen en inmiddels worden deze afzonderlijke lichtpunten met elkaar in verband gebracht en op elkaar afgestemd. Op deze wijze worden de aanvankelijk enkelvoudige strengen van licht samengevoegd tot een veelomvattende stralenbundel die het nieuwe tijdperk zal inluiden en praktisch alle uitgangspunten radicaal zal veranderen.
Dit nieuwe licht waaraan de wetenschap wordt blootgesteld, heeft voornamelijk betrekking op de etherische sferen, in wetenschappelijke termen beter bekend als het elektromagnetisch veld, dat elke fysieke vorm in de natuur onderhoudt en doordrenkt. Het fungeert als gemeenschappelijke schakel die alle verschijnselen binnen het Grote Geheel met elkaar verbindt. In dit verband moet men ook niet vergeten dat ‘licht en materie fundamenteel synonieme termen zijn’. De aandacht van de wetenschap gaat momenteel voornamelijk uit naar de vele aspecten van straling en hun richting, beheersing, ontvangst, werking, wisselwerking en relaties met het minerale rijk, het planten- en dierenrijk, het menselijk rijk en tenslotte de spirituele rijken. Tegelijkertijd leidt dit nieuwe ‘licht’ de wetenschap definitief tot aan de ontdekking en de erkenning van de ziel, en van de Geest.
Goddelijk licht
Tijdens zijn evolutionaire reis in de materiële wereld heeft de discipel contact gemaakt met het licht van materie, het licht van het denkvermogen, en het licht van de ziel en de intuïtie. Deze dienen om hem te ondersteunen tot volmaaktheid op aarde is bereikt en daarmee tot die tijd dat hij niet meer hoeft terug te keren in de wereld van verschijnselen om ervaring op te doen. Wanneer het stralende licht van de ziel samengaat met het magnetisch licht van het etherisch lichaam, stimuleert het de atomen van het stoffelijk lichaam tot elk atoom om de beurt een klein stralend centrum wordt. Dus als een mens wordt beheerst door de ziel zal haar licht door het hele lichaam uitstralen. Het is de luister die uitgaat van het lichaam van wijzen en heiligen en hen met Licht omringt. De ingewijde treedt nu binnen in het Hoogste Licht, het Goddelijk Licht, dat uitgaat van de Logos en dat via de spirituele Triade wordt gekanaliseerd. Door dit groter Licht zullen onvoorstelbare nieuwe verten, die de uitdrukking en het begrip van het beperkte menselijk denkvermogen te boven gaan, aan hem onthuld worden.
(Bron: Bridges, www.bridges-publishing.de)
