october 1987
Relatief gezien staat de planetaire Logos op Zijn eigen niveau in dezelfde verhouding tot Sanat Kumara, Heer van de Wereld, als de ziel van de mens tot zijn drievoudige persoonlijkheid. Een verdere vergelijking is dat de Heer van de Wereld op hemelse niveaus kan worden beschouwd als een persoonlijke discipel van de Zonnelogos, net zoals een menselijke discipel onder leiding van een Meester van Wijsheid werkt. Net zoals een ziel in een fysiek lichaam incarneert om ervaringen op te doen, wat uiteindelijk dient te leiden tot het besef van een hoger bewustzijn of een inwijding, zo incarneerde Sanat Koemara binnen de fysieke planeet Aarde voor Zijn eigen specifieke doelstellingen, wat eveneens moet leiden tot een hogere inwijding op Zijn Pad van Hogere Evolutie.
De planetaire Logos incarneerde gedurende het tijdperk van Lemurië, zo’n 18,5 miljoen jaar geleden, toen Hij Zijn fysieke voertuig, onze planeet Aarde, binnenging als de Heer van de Wereld, Sanat Kumara. Hij heeft nooit een grofstoffelijk lichaam aangenomen, maar is sinds dat verre verleden steeds werkzaam geweest op etherische niveaus. “In Hem leven wij en bewegen wij en zijn wij, en geen van ons kan buiten Zijn aura treden”.
Bij Zijn komst werd Sanat Kumara destijds vergezeld door meerdere hoog ontwikkelde wezens of Kumara’s, die als zijn assistenten meekwamen en dienden als brandpunten van planetaire kracht om bij te dragen aan het ontvouwen van het Grote Plan voor de zelfbewuste ontwikkeling van al het leven. Van deze oorspronkelijke groep verblijven nog zes met Hem als leden van de Centrale Raad van Shamballa. Sanat Kumara en deze zes ondersteunende Kumara’s vormen de zeven leidende krachtcentra; Die niet alleen de transmissie van energieën binnen ons hele planetaire stelsel verzorgen, maar daarbij ook als sturende en coördinerende krachten optreden, die alle centra en levensorganen binnen het collectieve lichaam van de Aarde met elkaar verbinden. De Tibetaan (de Meester DK, red.) wijst erop dat Sanat Kumara en Zijn Raadsleden in lang vervlogen tijden, allen door de staat van menselijke evolutie zijn gegaan, gezien het feit dat het levensbeginsel alleen met het redenerend intellect doelmatig vermengd kan worden wanneer het zich uitdrukt door een menselijk instrument. Alleen door middel van dit instrument kunnen de verschillende stadia van geopenbaard leven bewust worden gevormd, die nodig zijn voor de ontwikkeling van het redenerend vermogen. De enige conclusie die hieruit kan worden getrokken, is dat de Aarde niet de enige bron van menselijk leven kan zijn en dat er ook mensen bestaan, of in ieder geval hebben bestaan in vervlogen tijden, op andere planeten of op hemellichamen buiten ons zonnestelsel.
Ten tijde van de incarnatie van de Heer van de Wereld, was het dierenrijk reeds goed gegrondvest op Aarde, met de dier-mens als hoogste vorm van ontwikkeling. Dit fraaie dier had een krachtig fysiek lichaam en een goed gecoördineerd emotioneel lichaam voor het waarnemen van indrukken en gevoelens, maar slechts de eerste rudimenten van een denkvermogen en vooralsnog geen zelfbewustzijn. De hoedanigheid die vooralsnog ontbrak maar nodig was om de dier-mens tot in het mensenrijk te verheffen, werd door de planetaire Logos eveneens verschaft, namelijk door geschikte kanalen te leveren voor de openbaring van de menselijke monaden. De monade die door zijn geestelijke triade werkt (die geestelijke wil, intuïtie of wijsheid en het hoger denkvermogen weerspiegelt) en vervolgens door de ziel (die in het grofstoffelijk lichaam incarneert), voorzag in de laatste vereiste voor toegang tot de menselijke wereld: zelfbewustzijn. Hoewel nog onderaan de ladder van mentale ontwikkeling, kon de mens nu als een rationele, zelf bewuste eenheid verder gaan met zijn ontwikkeling en tegelijkertijd in het veld van fysieke ervaringen voorzien dat de monade nodig heeft.
De Heer van de Wereld houdt als directe vertegenwoordiger van de planetaire Logos op Aarde, de teugels in handen van alle werkzame afdelingen en is verantwoordelijk voor de evolutionaire aspecten, niet alleen van het menselijk ras en de deva’s, maar van de hele schepping. Sanat Kumara is tevens de directe schakel tussen de Aarde en buiten planetaire krachten door nauw contact te onderhouden met de andere planetaire Logoi van ons zonnestelsel. Het is Zijn taak om de leden van zijn Grote Raad te doordringen van die energieën vanuit de ruimte, en aan hen de volgende fase te openbaren van de zich ontvouwende Doelstelling, die Zij op hun beurt weer doorgeven aan de Hiërarchie van Meesters. Sanat Kumara is daarom Degene die alle mensen leven geeft en die de hele schepping voert over het pad van evolutie en leidt naar de uiteindelijke vervulling. Met oneindig geduld, dag na dag, jaar na jaar, tijdperk na tijdperk blijft Hij zijn stralen van Licht, Wijsheid, Liefde en Begrip uitzenden in het denkvermogen van de mensen, zodoende systematisch zijn Wil en Doelstelling samenvoegend en het Plan voor de mensheid ontwikkelend.
Shamballa
De term Shamballa, of “Het huis van de Vader”, heeft soms verschillende betekenissen, afhankelijk van de context waarin het wordt gebruikt.
In de eerste plaats verwijst het naar de etherische zetel van de Geestelijke Hiërarchie, het hoofdkwartier van de Heer van de Wereld en Zijn gevolg. Op basis van dit concept wordt Shamballa ook beschouwd als één van de zeven energiecentra in het etherisch lichaam van de planetaire Logos, dat een driehoek vormt met nog twee nauw verwante centra, namelijk de Hiërarchie van Meesters en de Mensheid. Het is “het centrum waar de Wil van God gekend wordt” en van waaruit de Hiërarchie haar leven put.
Het Shamballa-centrum wordt geactiveerd door de eerste straal van Wil en Macht en heeft als belangrijkste functie het vrijgeven, doorgeven en laten circuleren van het fundamentele Levensbeginsel naar en in alle vormen binnen het geopenbaarde leven van onze Logos. Van hieruit wordt de Goddelijke Doelstelling geleid. Het is de bron van waaruit alle belangrijke politieke bewegingen ontstaan, en het punt van waaruit de bestemming en vooruitgang van mensenrassen en naties bepaald wordt.
In de esoterische literatuur wordt ‘Shamballa’ vaak gebruikt in ruimere zin: die van een Entiteit met een eigen leven en doelstelling, en als bron van de ‘Shamballa Energie en Wil’. Dit is natuurlijk slechts een symbolische en samenvattende verwijzing naar de vermogens van de Heer van de Wereld, zoals die uitwerken via zijn Raad en andere medewerkers, die allen hun brandpunt hebben in Shamballa en van daaruit hun krachten uitstralen als een gebundelde eenheid.
Shamballa is het belangrijkste ontvangststation van de Aarde voor de instroom van zowel zonne- als kosmische energieën, en fungeert als transmuterend centrum voor de transmissie van gemodereerde energieën naar het mensenrijk en de lagere natuurrijken. [Share International oktober 1987]
