juli/augustus 1988
In elke eeuw wordt een groep discipelen een speciale taak gegeven: het ontdekken of verwoorden van bepaalde ideeën en waarheden; het onthullen van tot dusver onbekende feiten omtrent de aard van de mens of het heelal; het verrijken van het geestelijk leven van de mens door kunst of religie; al deze wegen van toenadering zijn door de verborgen Hiërarchie gebruikt om de mens bewust te maken van de Werkelijkheid waarin hij leeft. Eeuw na eeuw is dit proces doorgegaan, en heeft het gezorgd voor de continuiteit van de methoden waarmee de Meesters onderwijzen. Nu de wereld gereed staat op de drempel van het Waterman-stelsel, is alles in beweging, ondergaat alles de gisting van verandering.
Zo is het ook in Hiërarchische kringen. Zonder uitzondering ervaren de Meesters zelf een heroriëntering in werkwijzen en methoden zoals nooit tevoren. Gedurende de laatste vijf eeuwen hebben Zij geleidelijk wijzigingen aangebracht in hun aanpak ter voorbereiding op de Grote Aantocht, de veruiterlijking van hun werk in de wereld.
Niet voor niets hebben Zij elke lang beproefde werkwijze getest en opnieuw bekeken, Zich waar nodig aangepast aan de nieuwe en toenemende gevoeligheid van de mens.
Achter de schermen wachtend op Verklaringsdag, die het teken van hun Aantocht zal zijn, staan de Gidsen van het ras nu gereed om de zich ontwikkelende mensheid te dienen. Uit de gelederen der mensen zijn de Meesters voortgekomen; tot hun gelederen wenken en verwelkomen Zij de mensen.
Dat hun taak niet gemakkelijk zal zijn, weten Zij heel wel. Lange eeuwen hebben Hen eraan gewend om ongezien en onbekend te werken. Nu moeten Zij het menselijk lot sturen in het volle daglicht, hen bewust leidend naar de bergtop. Terwijl Zij hun blik verplaatsen van het hogere naar het lagere centrum, moeten Zij tezamen aantonen gereed te zijn voor de Hogere Weg.
Ofschoon goed getraind en voorbereid, blijft veel Hen nog onbekend. Op grond van zijn goddelijke vrije wil bepaalt de mens het tempo van vooruitgang en respons. Alleen zo kunnen de mensen-zonen de Zonen Gods worden.
De mensen wachten op de komst van de Christus, maar weten niet dat Hij er is. Zo blind zijn zij voor de werkelijkheid van het leven, dat zij de Belofte in hun midden niet zien. Niet alleen de Christus, maar de voorhoede van zijn groep is nu onder jullie, in afwachting van de oproep om het leven van de mens te betreden. Spoedig zullen Zij bereidwillig hun taak op zich nemen en de mens binnenleiden in de gebieden van Kennis en Liefde, Opoffering en Dienstbaarheid, Rechtvaardigheid en Broederschap.
Zo zullen de mensen de hogere kennis van hun Oudere Broeders benutten en samen met Hen een beschaving scheppen die deze naam waardig is. Zo zullen de mensen te weten komen dat zij niet alleen zijn, nooit alleen geweest zijn, noch ooit zullen zijn. Altijd staan de Meesters klaar wanneer hulp nodig is; daar kan de mens op rekenen. Nu zal die hulp ten volste beschikbaar zijn, openlijk verstrekt en voor het oog van de hele wereld.
Zo zullen de centra tot elkaar komen en zal Gods Wil gedaan worden. Zo zal het zijn.
